Het leven van een mens speelt zich af tussen geboorte en dood. In sommige culturen ervaart men de conceptie als het begin. Iedere dag, ieder uur, iedere minuut worden er mensen geboren en sterven er mensen. Als er mensen uit onze omgeving sterven, en in het bijzonder mensen waar we een speciale band mee hebben, worden we herinnerd aan de werkelijkheid van de dood en dat ook wij moeten sterven. Dat geldt voor iedereen. Dat dit leven tijdelijk is is zeker, onzeker is echter wanneer we zullen sterven. Maar ieder sterft op het daarvoor bestemde moment.
De geboorte van mensen herinnert ons eraan dat we worden vervangen en dat het hele proces van leven doorgaat. Overal om ons heen kunnen we het natuurlijke proces zien van geboren worden en sterven: het geldt ook voor alle dieren, planten, bomen etc. Kortom alles wat tot leven komt is voorbestemd om te sterven. En toch trachten we dood zoveel mogelijk weg te stoppen. Wat onszelf betreft willen we er (nog) niet aan denken en hebben we de neiging om het ons voorbereiden op de dood alsmaar uit te stellen.

Ieder sterft op zijn of haar wijze. Sommigen komen om bij een ongeluk, anderen worden vermoord. Mensen sterven als gevolg van teveel eten of door ondervoeding. Sommigen hebben de gelegenheid zich voor te bereiden op de dood, anderen sterven plotseling. Er zijn mensen die in volledige overgave sterven, anderen in verwarring of met wrok en spijt dat ze het niet anders hebben gedaan. Het is ook mogelijk dat je de laatste fase van je leven dement bent of versuft als gevolg van de vele medicijnen.

Mensen die stervenden begeleiden weten hoe belangrijk het is dat deze bewust en in vrede (overgave) kunnen sterven. Het blijkt dan dat de wijze waarop je geleefd hebt in belangrijke mate bepaalt hoe je het stervensproces ondergaat. Naarmate we geleerd hebben bewust en in overgave te leven zal ons dat in het algemeen in staat stellen meer of minder bewust en in overgave te sterven. Het betekent dat we in vrede kunnen leven en sterven.