Het beoefenen van meditatie zal uiteindelijk leiden tot steeds meer innerlijke vrede.  In het meditatieproces wat we daarbij ondergaan spelen de volgende vijf factoren een essentiële rol: vertrouwen, inspanning (of energie), opmerkzaamheid (of aandacht), concentratie en wijsheid (of inzicht). Deze factoren worden wel genoemd: de vijf spirituele krachten, de vijf positieve vermogens of de vijf faculteiten. Ze zijn alle vijf stuk voor stuk belangrijk in het meditatieproces. Ik wil hier verder ingaan op de eerste van de vijf vermogens: vertrouwen.

Vertrouwen speelt een belangrijke rol als we op een gegeven moment ertoe komen om te beginnen met mediteren. Dat kan zijn als we voor de eerste keer meedoen met een retraite, een cursus gaan volgen, ons aansluiten bij een meditatiegroep of misschien thuis beginnen met meditatie. We weten niet precies wat het ons zal brengen, maar we vertrouwen erop dat de meditatie ons rust en vrede zal schenken of ons in ieder geval goed zal doen. Dat vertrouwen kan op verschillende manieren in ons gewekt worden. We kunnen iemand ontmoeten, die op een inspirerende manier over zijn meditatieërvaringen  vertelt of alleen al doordat zijn of haar uitstraling ons raakt en iets in ons wakker roept. Dat kan ook door er iets over te horen of te lezen. Vanuit dat gewekte vertrouwen beginnen we met meditatie. Vaak is het dan wel zo dat we op de een of andere manier al bezig zijn met vragen als: wat is de zin van mijn bestaan en wie ben ik eigenlijk? Het is ook mogelijk dat in ons een gevoel van liefde wordt geraakt en de behoefte ontstaat deze liefde verder te ontwikkelen. Het kan eveneens te maken hebben met een drang naar vrijheid en misschien ook met een diepe innerlijke drang de weg terug te gaan naar onszelf, ook al hoeven we ons dat niet altijd bewust te zijn.

 

De mate waarin we vertrouwen hebben in de meditatie bepaalt de kracht van onze motivatie en deze is weer van belang voor onze inspanning om te komen tot opmerkzaamheid en concentratie. Opmerkzaamheid en concentratie leiden tot inzicht (wijsheid). De motivatie is vooral in het begin van groot belang, zodat we de moed niet verliezen als het zitten in de meditatiehouding niet gemakkelijk en pijnlijk blijkt te zijn of als we ervaren dat het moeilijk is om tot opmerkzaamheid en concentratie te komen. Het is dan van belang voldoende vertrouwen te hebben dat we door oefening met de juiste inspanning en het nodige geduld stapje voor stapje verder kunnen komen. Als we onvoldoende vertrouwen hebben zullen we het gemakkelijk opgeven als we met moeilijkheden worden geconfronteerd. Dat geldt zeker als we zonder ervaring thuis alleen bezig zijn. Het geregeld mediteren onder leiding van een leraar kan ons helpen hoe deze moeilijkheden tegemoet te treden en ons inspireren tot het nodige vertrouwen en geduld.

 

De laatste van de vijf spirituele krachten is inzicht (wijsheid). En zoals er evenwicht moet zijn tussen inspanning en concentratie zo moet er ook een zeker evenwicht zijn tussen vertrouwen en inzicht. Met het hier genoemde vertrouwen wordt daarom niet bedoeld iemand of iets vanuit een blind geloof volgen. Het gaat erom dit vertrouwen te toetsen aan ons inzicht voorzover het op dat moment aanwezig is. Inzicht ontstaat op grond van ervaringen en het zelf  “zien”.   Als we eenmaal de vruchten van de meditatie gaan ervaren en meer en meer dingen gaan zien zoals ze werkelijk zijn, dan wordt het vertrouwen bevestigd en verdiept door inzicht. Zo zullen verkregen inzichten ons vertrouwen en motivatie weer versterken om verder te gaan op het ingeslagen pad van de meditatie.

Het is belangrijk onderscheid te maken tussen vertrouwen en blind geloof. Als we op gezag van iemand of bepaalde geschriften iets geloven zonder het te toetsen aan eigen
ervaringen en inzichten kun je spreken van blind geloof. Vanuit onze behoefte naar zekerheden kunnen we er gemakkelijk toe komen dingen op gezag van een autoriteit te geloven.

 

Vertrouwen speelt niet alleen in de beginperiode van het meditatieproces een belangrijke rol, maar ook daarna. Het meditatieproces wordt wel vergeleken met het volgen van een pad door een land met verschillende landschappen. Zo hebben we te maken met een pad door boeiende en vredige landschappen, maar ook met paden langs ravijnen en moeilijk begaanbare paden. We kunnen vredige zittingen of perioden meemaken evenals bijzondere (verheven) momenten. Het is ook mogelijk dat het allemaal erg moeilijk gaat en we te maken hebben met lichamelijke en/of mentale pijn. Als we te maken hebben met veel en langdurige pijn, kunnen we de neiging krijgen om ermee te stoppen. Belangrijk is dan vertrouwen te hebben dat dit bij het meditatieproces hoort en dat de meditatie onder meer bedoeld is om te leren omgaan met pijn. Dat vertrouwen kan gevoed worden door een leraar, die je er eveneens op kan wijzen, dat deze pijn een positief teken is en nodig om tot een verdere verdieping te komen. Als we geleerd hebben pijn te observeren en ons hiervoor open te stellen gaan we ervaren dat dit bevrijdend werkt.
Het kan ook voorkomen dat we in een fase komen dat onze concentratie slecht is en het lijkt of alles tegen zit. We kunnen ook het gevoel hebben dat we geen steek verder komen, zodat de gedachte bij ons opkomt: “Waar ben ik eigenlijk mee bezig?” Zo kunnen er allerlei hindernissen op onze weg komen, hindernissen die soms vormen van weerstand zijn en waar we ons veelal niet eens van bewust zijn. Ook dan speelt vertrouwen een belangrijke rol om verder te gaan; geleidelijk komen we tot het inzicht  dat dit er allemaal bijhoort en de meditatie juist bedoeld is om te leren met al deze hindernissen om te gaan.

 

Van de emoties die we tijdens onze meditatie tegenkomen speelt angst een belangrijke rol. Angst manifesteert zich in heel veel verschillende vormen; zo kunnen we te maken hebben met bezorgdheid om iemand of iets te verliezen, jaloezie, angst voor gezichtsverlies, angst om bepaalde zekerheden op te geven en uiteindelijk angst om ons ikje op te geven. Iedereen komt tijdens de meditatie vormen van angst tegen en merkt dat het niet altijd gemakkelijk is om daarmee om te gaan, zeker als het een sterke angst is. Je kunt zelfs stellen dat er vaak sprake is van angst voor de angst! Hoe daarmee om te gaan?

In de eerste plaats is het van belang om de angst te herkennen zoals die zich in een bepaalde vorm manifesteert. We trachten deze angst te observeren en te benoemen. Het benoemen is niet alleen een hulpmiddel om de angst goed te zien, maar ook om er los van te komen als we trachten deze toe te laten. Als we te maken hebben met een sterke, diep gewortelde angst is dat echter niet gemakkelijk. Wat dan vaak gebeurt is dat de angst niet wordt toegelaten en wordt weggedrukt. Dit gebeurt veelal onbewust. De confrontatie met de angst schrikt ons teveel af, omdat we het gevoel hebben dat we te pletter zullen vallen. Maar deze angst zal altijd een negatief effect blijven houden op onze stemming en onze houding en daarnaast vooruitgang in ons meditatieproces blokkeren. Het is dus zondermeer van groot belang dat we bevrijd worden van deze angst. In zo’n situatie is het belangrijk dat we op een gegeven moment voldoende vertrouwen hebben om tot die openheid te komen zodat we de confrontatie aandurven. Natuurlijk is het in het begin even een vreemd gevoel om die angst toe te laten! Maar als we het aandurven zullen we weldra ervaren dat die angst in feite niets meer is dan gebakken lucht. We vallen niet te pletter en de angst blijkt meer een idee te zijn waar zo doorheen te prikken is. Deze ervaring die je dan opdoet verdiept je vertrouwen bij een volgende confrontatie met angst, tot je uiteindelijk een goed inzicht krijgt wat angst in feite is, waardoor het zijn macht over je verliest. En dat schept ruimte!

 

Het verkrijgen van inzichten vormt onder meer een van de vruchten  van onze meditatie. Zo worden we ons er meer en meer van bewust hoe sterk we zijn geconditioneerd en door welke positieve maar ook negatieve krachten we worden bepaald in ons denken en handelen. We gaan b.v. zien hoe we een slaaf zijn van bepaalde gehechtheden en hoe gemakkelijk we een speelbal zijn van onze haatgevoelens, waardoor we ook gemakkelijk kwaad worden. Het kan dan voorkomen dat we de neiging krijgen om onszelf te gaan verbeteren. Een vroegere leraar van me (Wolter Keers) noemde het hiermee bezig zijn “het oppoetsen van onze persoonlijkheid”, een persoonlijkheid die we uiteindelijk moeten opgeven! Als we in onze meditatie negatieve gevoelens of emoties tegenkomen, is het van belang te vertrouwen op de transformerende kracht van de meditatie, waardoor negatieve eigenschappen worden getransformeerd tot positieve eigen- schappen. Wanneer we b.v. hebzucht of kwaadheid tegenkomen is het voldoende ons daarvan bewust te zijn, we richten er onze aandacht op en we kunnen het benoemen. Daarnaast proberen we ons ervoor te openen als het pijnlijke gevoelens of emoties zijn. Van belang daarbij is dat we in dit proces onze vereenzelviging met die gevoelens of emoties loslaten. Het zijn dan alleen maar gevoelens en emoties en niet meer “onze” gevoelens en emoties. Dat proces gaat gepaard met een transformerende kracht. We stellen ons dan a.h.w. open voor de helende kracht die in ieder van ons aanwezig is. Daarom luidt een gezegde: “Onderschat de transformerende kracht van de aandacht niet!”

 

Vertrouwen speelt eveneens een belangrijke rol in ons gewone dagelijkse leven van alledag.
Het is vrij normaal dat we prettige dingen en omstandigheden fijn vinden en we doen veel om prettige omstandigheden te  scheppen of te bevorderen. Onprettige dingen of omstandigheden ervaren we in het algemeen als dissonanten in ons bestaan. Maar hoe we er ook tegenaan kijken en wat we ook doen, het leven betekent per definitie vreugde en verdriet, prettige en pijnlijke ervaringen. En dat geldt voor iedereen, of we het ermee eens zijn of niet!

Het is niet alleen goed als we dat inzien, maar ook vertrouwen hebben dat pijnlijke omstandigheden en ervaringen op het juiste moment als leerobjecten op ons af komen. Dat geldt zowel voor allerhande verlies en tegenslagen als wanneer een moeilijk mens ons pad kruist. Wanneer we dat vertrouwen hebben, zullen we gemakkelijker het voorwerp van onze pijn, verdriet of teleurstelling kunnen gebruiken als ons meditatieobject en er zo toe komen om er op een goede manier mee om te gaan. In plaats van ons te verzetten zullen we trachten ons voor de lichamelijke of mentale pijn te openen om zo geleidelijk tot acceptatie te komen. Natuurlijk zal dat in het begin niet direct gemakkelijk zijn en vereist dat oefening. Deze oefening kan zich gedeeltelijk afspelen op ons kussen of bankje, maar kan zich ook afspelen in ons gewone dagelijkse leven. Om te mediteren hoeven we per slot van rekening niet te zitten! Geleidelijk aan zal dat gemakkelijker gaan en zullen we op grond van onze ervaringen steeds meer inzien dat we, door het op een meditatieve manier omgaan met pijn en tegenslagen, tot een steeds grotere innerlijke vrijheid komen. Ons vertrouwen dat het leven goed is zoals het op ons afkomt wordt dan steeds verder verdiept. Ons devies kan dan zijn: ”Alles is zoals het is. Alle mensen zijn zoals ze zijn. Dat ik mag zijn zoals ik ben!”

Vaak denk ik aan de volgende uitdrukking van mijn leraar Joseph Goldstein: “Heb vertrouwen in de wijze waarop het leven zich ontvouwt!” Naarmate dat vertrouwen zich verdiept komt er meer innerlijke vrede.